





Pather Panchali
Een ontroerend en poëtisch portret van gevierde filmmaker Satyajit Ray waarin het Bengaalse plattelandsleven, armoede, verwondering, humor en de kleine dingen die het leven mooi maken samenkomen.
De gevierde regisseur Satyajit Ray toont met zijn even lyrische als documentaire stijl het landelijke Bengaalse leven, een alternatief voor de traditionele Bollywood-cinema. Pather Panchali is het de eerste deel uit de zogenaamde Apu-trilogie, waarin Ray het alledaagse leven aan de onderkant van de Indiase maatschappij belicht, aan de hand van drie levensfases van de titelfiguur. In dit eerste deel probeert Apu’s vader de levensomstandigheden van zijn gezin te verbeteren door werk te zoeken in de stad. In zijn afwezigheid vergaat het de achtergeblevenen alleen maar slechter, maar gelukkig is er op het filmisch palet van Ray niet alleen somberheid te vinden. Te midden van alle tragiek is er ook plaats voor poëzie en humor.
Terwijl Harihar op reis is om geld te verdienen, glijdt het gezin langzaam af. Hun leven is echter niet alleen maar ellende. De kinderen ontdekken de wereld om zich heen met nieuwsgierige, open blik, en beleven plezier aan de simpele dingen van het leven zoals kijken naar het volkstheater, rennen door hoog begroeide velden of voor het eerst een trein zien langsrijden. Pather Panchali werd in 1956 op het filmfestival van Cannes beloond met de Best Human Document Award.
Satyajit Ray (1921-1992) is zonder twijfel een van de grootste filmmakers van India. Akira Kurosawa vergeleek het niet te hebben gezien van zijn films met ‘als in de wereld zijn zonder ooit de zon of maan te hebben gezien’. Ook hedendaagse makers als Wes Anderson en Chris Nolan behoren tot de bewonderaars van zijn werk.





